Suikerziekte

Of diabetes mellitus bij honden en katten

Insuline is een hormoon dat geproduceerd wordt in de alvleesklier. Het hormoon zorgt ervoor dat lichaamscellen suikers op kunnen nemen vanuit de bloedbaan. In de lichaamscellen kunnen suikers omgezet worden in energie of ze worden opgeslagen als energievoorraad. Bij suikerziekte is er onvoldoende, of zelfs geen, insuline aanmaak in de alvleesklier. Het gevolg van te weinig, of geen, insuline is dat lichaamscellen geen suikers op kunnen nemen, de suikers blijven hierdoor in de bloedbaan; dit kan resulteren in diverse klachten.

 

Suikerziekte

 

Suikerziekte, wat is het?

De alvleesklier heeft twee verschillende functies: endocrien en exocrien. Bij suikerziekte kan het zijn dat de alvleesklier niet voldoende insuline produceert, het kan echter ook zo zijn dat hormonen in het lichaam negatief reageren op insuline. Er zijn vier verschillende types suikerziekte (diabetes mellitus):

  • Diabetes type 1: Lichaamscellen breken bètacellen af. Deze bètacellen zijn verantwoordelijk voor de productie van insuline. Bij diabetes type 1 is de productie van insuline te laag. Deze vorm van suikerziekte komt vaker voor bij honden dan bij katten.
  • Diabetes type 2: lichaamscellen reageren slecht(er) op insuline, de lichaamscellen zijn ongevoelig voor insuline. Diabetes type 2 komt voornamelijk voor bij katten. Bijvoorbeeld als de dieren last hebben van overgewicht.
  • Diabetes type 3: deze vorm van suikerziekte kan ontstaan door het gebruik van medicatie. Er zijn echter ook onderliggende gezondheidsproblemen die diabetes type 3 kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld Cushing of een aandoening aan de alvleesklier).
  • Diabetes type 4: staat bekend als zwangerschapsdiabetes. Diabetes type 4 ontstaat door een verhoogd progesteron gehalte, dat optreedt na iedere loopsheid of tijdens de dracht. Dit progesteron zorgt voor een hogere productie van het groeihormoon, wat er op zijn beurt voor zorgt dat lichaamscellen ongevoelig worden voor insuline.

 

Diagnose

Een dierenarts kan diverse onderzoeken uitvoeren om vast te stellen of een hond of kat diabetes mellitus heeft. Zo kan er een bloedonderzoek uitgevoerd worden om vast te stellen of er sprake is van verhoogd suikergehalte in het bloed.

Een dierenarts kan ook een urineonderzoek uitvoeren. Net als bij een bloedonderzoek, moet uit een urineonderzoek blijken dat er verhoogde gehaltes van suiker aanwezig zijn in de urine.

Tot slot zal een dierenarts vragen of een hond of kat medicijnen krijgt, of het dier lijdt aan een andere aandoening en bij een teefje zal een dierenarts nagaan of ze loops is geweest.

 

Behandeling

De behandeling van suikerziekte is afhankelijk van het type. Behandeling is dan ook zeer divers en de intensiteit kan variëren. In veel gevallen van suikerziekte is er sprake van levenslange behandeling.

  • In vrijwel alle gevallen is het toedienen van insuline een oplossing. Een dierenarts zal uitleggen hoe dit in zijn werk gaat en hoe vaak de insuline gegeven moet worden.
  • Als suikerziekte het gevolg is van overgewicht, zal er sprake zijn van een verandering in het dieet en bewegingspatroon. Afvallen heeft de hoogste prioriteit en een dieetvoeding is noodzakelijk (voeding voor dieren met suikerziekte bevat vaak minder koolhydraten en eiwitten). Het bewegingspatroon moet gelijkmatig zijn, zodat de voeding en insulinegift hierop aangepast kunnen worden.
  • Wanneer suikerziekte het gevolg is van loopsheid is sterilisatie een oplossing. Deze dieren moeten na de sterilisatie echter nog steeds behandeld worden met insuline. In veel gevallen is er sprake van een geleidelijke vermindering van de insulinegift tot er uiteindelijk geen sprake meer is van insuline toediening. Helaas is dit niet het geval voor alle teefjes, soms zal een hond voor de rest van haar leven insuline moeten blijven krijgen.

 

Symptomen van diabetes mellitus kunnen variëren afhankelijk van de ernst.

Symptomen kunnen zijn:

Suikerziekte Cupcake

  • Veel drinken en plassen
  • Hongergevoel
  • Vermageren
  • Braken en diarree
  • Zwakte
  • Staar

 

Endocrien: uitscheiden van insuline en glucagon, hormonen die de bloedsuikerspiegel reguleren
Exocrien: productie van pancreassap voor de vertering van voedsel


0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.